HR 23 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ8171

1. Bevestiging vonnis. Opgave bewijsmiddelen, art. 359.3 Sv. 2. Verduistering, art. 321 Sr. Anders dan door misdrijf. Ad. 1. Gelet op de door de raadsman in h.b. bepleite vrijspraak voor feit 1 sub a, b, c en d, had het Hof het vonnis niet mogen bevestigen dan onder de in art. 423.1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, t.w. de in art. 359.3, eerste volzin, Sv bedoelde weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen m.b.t. het onder 1 tenlastegelegde. Ad. 2. Het kennelijke oordeel van de Rb dat in de omstandigheid dat verdachte geldbedragen “uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als hoofd van de Financieel en Economische dienst (...) bij Woningstichting X” onder zich had, besloten ligt dat verdachte die gelden anders dan door misdrijf onder zich had, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Tot een nadere motivering was het Hof ook niet gehouden, nu het ttz. in h.b. gevoerde verweer geen betwisting inhield van de omstandigheid dat verdachte uit hoofde van zijn in de bewezenverklaring bedoelde functie - en dus anders dan door misdrijf - in staat was met betrekking tot de geldbedragen die beschikkingshandelingen te verrichten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen