HR 16 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7172
Beklag, beslag. Motiveringsklacht over de ongegrondverklaring van het beklag ex art. 552a Sv. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BL2823. De Rb heeft geoordeeld dat de door de OvJ bedoelde “Belgische eigenaar”(een ander dan klaagster) redelijkerwijs als rechthebbende van de inbeslaggenomen auto moet worden aangemerkt, omdat klaagster bij de verkrijging van de auto niet te goeder trouw was, althans geen beroep kan doen op art. 3:86.1 BW. Het middel slaagt op gronden vermeld in CAG. CAG: De Rb laat in het ongewisse laat of zij de f&o aan het klaagschrift ten grondslag gelegd niet aannemelijk acht dan wel of zij van oordeel is dat die f&o geen goede trouw a.b.i. art. 3:86 BW opleveren. V.zv. de Rb heeft geoordeeld dat klaagster niet aan haar wegwijsplicht heeft voldaan is dat oordeel niet z.m. begrijpelijk. Ex art. 3:87.1 BW is voor voldoen aan die plicht voldoende dat de verkrijger onverwijld de gegevens kan verschaffen van zijn rechtsvoorganger die hij t.t.v. zijn verkrijging daartoe voldoende mocht achten om de vervreemder terug te vinden. De Rb laat in het midden of dat i.c. zo was.
De uitspraak op rechtspraak.nl