HR 9 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6503
Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. Verdachte heeft ttz. van 6 april 2010 verklaard dat het appel is gericht tegen de ontvankelijkheid van het OM en de in e.a. opgelegde gevangenisstraf. Op die zitting heeft hij geen verklaring afgelegd m.b.t. het onder 3 tlgd. feit. Verdachte is niet ttz. van 11 januari 2012 verschenen. De raadsvrouw van verdachte heeft ttz. in h.b. geen vrijspraak bepleit. In zo een geval kan het Hof op de voet van art. 359.3 Sv met een opgave van de bewijsmiddelen volstaan, indien verdachte ttz. in e.a. het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. ’s Hofs oordeel dat verdachte met de verklaring over “die partij wiet” het onder 3 tlgd. feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, is niet onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af dat de raadsman in e.a. op de grond “cliënt weet niet om hoeveel hennep het ging en of het wel hennep was” vrijspraak heeft bepleit.
De uitspraak op rechtspraak.nl