HR 2 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5956
Art. 359.3 Sv. Opgave bewijsmiddelen. ’s Hofs oordeel dat verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend - ook wat betreft het meermalen tegen het gezicht ‘stompen’ van X - geeft gelet op de door verdachte onder 1 tot het bewijs gebezigde in e.a. afgelegde verklaring, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Bij de uitleg van die verklaring heeft het Hof zijn eigen waarneming ttz. kunnen betrekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl