HR 2 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5954
Bewijsklacht bijstandsfraude. Art. 48.1 Algemene Bijstandswet (oud). Inkomen in natura. Vastgesteld is dat verdachte en de mededader een auto met een nieuwwaarde van € 40.840,22 in een periode van dertien maanden meestentijds in gebruik hadden “vanwege een privékwestie” en dat zij voor dat gebruik geen vergoeding behoefden te betalen. ’s Hofs kennelijke oordeel dat het op geld waardeerbare voordeel dat verdachte en zijn mededader aldus als tegenprestatie voor een privékwestie genoten, als inkomen in natura a.b.i. art. 48.1 Abw (oud) dient te worden beschouwd, en daarmee als een in het formulier van de uitkeringsinstantie te vermelden gegeven dat van invloed kan zijn op de hoogte van de verstrekte uitkering, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl