HR 2 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5952
Slagende bewijsklacht diefstal. “Toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte”. ’s Hofs oordeel dat de door verdachte weggenomen fiets toebehoorde “aan een ander of anderen dan aan de verdachte” is niet zonder meer begrijpelijk, in aanmerking genomen dat door de raadsman een beroep is gedaan op de uit het dossier blijkende omstandigheid dat “door een bewoonster in de buurt is verklaard dat de mountainbike naar alle waarschijnlijkheid van de bewoners van straat X, nr. Y was maar deze bewoners ‘gisteren’ waren verhuisd” en de raadsman het verweer heeft gevoerd dat de fiets een “res nullius” was en dus aan niemand toebehoorde. Indien een goed wordt weggenomen dat t.t.v. het wegnemen niet toebehoort “aan een ander”, is geen sprake van diefstal. ’s Hofs kennelijke oordeel dat voor het antwoord op de vraag of de fiets niet aan een ander toebehoort bepalend is dat “de verdachte, gelet op de staat van de fiets, niet heeft mogen aannemen dat de eigenaar hier afstand van heeft gedaan” en “dat niet van belang is wat de bewoners precies van plan waren met die fiets” is onjuist.
De uitspraak op rechtspraak.nl