HR 14 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BU4206

Profijtontneming. 1. Vaststelling verkrijging voordeel door strafbaar feit en opgave van bm. 2. Misslagen in berekening w.v.v. Ad 1. De ontnemingsrechter moet ingevolge art. 36e.2 Sr o.g.v. de stukken van het dossier en het verhandelde ttz. vaststellen dat de betrokkene a.g.v. een strafbaar feit waarvoor hij veroordeeld is of a.g.v. een ander strafbaar feit voordeel heeft verkregen. Anders dan voor de schatting van het bedrag van het w.v.v., geldt voor die vaststelling niet dat i.g.v. art. 511e.1 Sv (in e.a.) en art. 511g.2 Sv (in h.b.) art. 359.3 Sv van overeenkomstige toepassing is. Dat betekent dat de uitspraak alleen de bm. moet vermelden waaraan het w.v.v. is ontleend met weergave van de inhoud daarvan, v.zv. bevattende de voor die schatting redengevende f&o. Kennelijk a.g.v. een misslag is het vonnis van de Rb opgenomen onder de bm. Het Hof heeft de schatting van het w.v.v. niet aan de inhoud van dit vonnis ontleend, zodat het middel niet tot cassatie kan leiden. Ad 2. De HR herstelt misslagen in de berekening van het w.v.v. en stelt het bedrag waarop het w.v.v. wordt geschat opnieuw vast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen