HR 8 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:888

Economische zaak. Casus: veroordeling door de Rb van verdachte Stadsdeel Amsterdam-Noord. Het Stadsdeel stelde h.b. in. Bij besluit van 8 december 2009 besloot het Stadsdeel tot intrekking van het h.b.. Het h.b. werd vervolgens daadwerkelijk ingetrokken. Bij besluit van 10 mei 2010 heeft de Gemeente Amsterdam het besluit van het Stadsdeel tot intrekking van het h.b. vernietigd. De verdachte werd in h.b. n-o verklaard. Rechtsgeldige intrekking h.b.? Ingevolge art. 453.1 Sv brengt intrekking van het h.b. mee afstand van de bevoegdheid dit rechtsmiddel opnieuw aan te wenden. Dit heeft tot gevolg dat het desbetreffende vonnis onherroepelijk wordt en niet meer kan worden aangetast. Dit is slechts anders indien bijzondere omstandigheden aanleiding geven tot het oordeel dat de intrekking van het h.b. - en de daarmee gedane afstand - niet kan gelden als intrekking van het h.b. i.d.z.v. de art. 453-455 Sv . ’s Hofs oordeel dat de vernietiging door de Gemeente Amsterdam op 10 mei 2010 van het besluit van het Stadsdeel van 8 december 2009 tot intrekking van het h.b. niet zo’n bijzondere omstandigheid oplevert, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen