HR 1 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:818

Art. 1.04 Binnenvaartpolitiereglement, “goede zeemanschap”. In zijn bewijsoverweging heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat het vaargedrag van verdachte met zijn snelle motorboot, waarop hij elf passagiers vervoerde, dusdanig gevaarvol is geweest dat de door hem getroffen voorzorgsmaatregelen ontoereikend waren om te voorkomen dat het leven van die passagiers in gevaar werd gebracht. Aldus ligt in die overwegingen besloten dat verdachte – gelijk is bewezenverklaard – niet alle voorzorgsmaatregelen heeft genomen die “volgens goede zeemanschap en/of door de omstandigheden waarin dat schip of dat samenstel zich bevond in het belang van de veiligheid en/of de goede orde van de scheepvaart waren geboden”. Gelet op de vaststellingen van het Hof, geeft dat oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is evenmin onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen