HR 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:682
Verwerping verweer bewijsuitsluiting resultaten fotoconfrontaties. De stellingen waarop het middel berust, te weten dat de in 2001 van verdachte genomen foto’s volgens de destijds geldende voorschriften verwijderd hadden behoren te zijn uit het ‘politieregister Supporters/evenementenbegeleiding District 7’, nu de vrijspraak van, resp. ovar ter zake van, de feiten naar aanleiding waarvan die foto’s zijn gemaakt meebrengt dat het in het register behouden van de foto’s niet langer noodzakelijk was met het oog op een goede taakvervulling en v.zv. al niet uit genoemd reglement volgt dat de foto’s van verdachte na diens vrijspraak en ovar uit het register moesten worden verwijderd uit art. 6 en 8 EVRM voortvloeit dat zulks had behoren te geschieden, kunnen - wat daar verder ook van zij - niet de gevolgtrekking dragen dat het in het register opgenomen blijven van de destijds van verdachte gemaakte foto’s een vormverzuim oplevert dat is begaan i.h.k.v. het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv, naar de in deze zaak tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten. Evenmin kan worden gezegd dat door het tonen van de nog in het register opgenomen foto’s aan getuigen in het aan de onderhavige strafzaak ten grondslag liggende opsporingsonderzoek een belangrijk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in zó ernstige mate is geschonden dat de uitkomst van de fotoconfrontaties van het bewijs zou moeten worden uitgesloten. Opmerking verdient dat de enkele omstandigheid dat een verdachte is vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging niet noodzakelijk met zich brengt dat gegevens te zijnen aanzien niet langer van belang zijn voor de informatievoorziening i.h.k.v. de uitvoering van art. 2 Politiewet 1993, i.h.b. met het oog op het voorkomen en bestrijden van laakbaar gedrag dat een verstoring van de openbare orde kan opleveren.
De uitspraak op rechtspraak.nl