HR 3 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:577

Economische zaak. Art. 180 Sr en art. 124 Sv. Wederspannigheid? Werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Ter handhaving van de openbare orde zijn de in art. 124 Sv genoemde personen, waaronder opsporingsambtenaren, bevoegd de nodige maatregelen te treffen opdat hun ambtsverrichtingen ongestoord kunnen verlopen. Tot die maatregelen behoort dat degene die bij de ambtsverrichtingen de orde verstoort of anderszins op enigerlei wijze hinderlijk is en, zo nodig na te zijn gewaarschuwd, weigert gevolg te geven aan een bevel te vertrekken, kan worden verwijderd en tot de afloop van de ambtsverrichtingen in verzekering kan worden gesteld. Alsdan kan het op het treffen van de nodige maatregelen gerichte optreden van een opsporingsambtenaar worden aangemerkt als te zijn verricht in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Verzet tegen zodanig optreden kan worden aangemerkt als wederspannigheid in de zin van art. 180 Sr. Het oordeel van het Hof dat door de gedragingen van verdachte de orde werd verstoord dan wel dat zij anderszins hinderlijk waren – een en ander in de zin van art. 124 Sv – getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Hetzelfde geldt voor zijn oordeel dat deze gedragingen wederspannigheid in de zin van art. 180 Sr opleveren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen