HR 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2025
OM-cassatie(s). 1 beschikking in 4 beklagzaken. 1. Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikkingen met nummer RK 12/24 en RK 12/205. 2. Toetsingsmaatstaf. Ad 1. De HR vernietigt de beschikkingen van de Rb met de nrs RK 12/24 en RK 12/05 en verklaart de klagers alsnog n-o in hun inleidende klaagschriften, nu zij aan hun verzoek tot opheffing van de conservatoire beslagen niet ten grondslag hebben gelegd dat zij als rechthebbende van de onroerende zaken moeten worden aangemerkt, terwijl een derde ingeval van conservatoire beslagen die zijn gelegd op de voet van art. 94a.3 Sv alleen over de inbeslagneming kan klagen indien en voor zover het beklag gebaseerd is op de grond dat hij en niet de beslagene als rechthebbende van de inbeslaggenomen zaak moet worden aangemerkt. Ad 2. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. het summiere karakter van het onderzoek in Rk n.a.v. een klaagschrift ex art. 552a Sv, o.a. om te voorkomen dat de beklagrechter vooruitloopt op het in de hoofd- of ontnemingszaak te geven oordeel. De Rb had i.c. moeten beoordelen of o.b.v. het dossier en hetgeen in Rk door de OvJ en door of namens de klager is aangevoerd, jegens de klager of klaagster een redelijk vermoeden van schuld aan de verweten gedraging kan volgen. De Rb heeft onderzocht of de gedragingen die aan de klaagsters worden verweten voldoende blijken uit het dossier. Daarmee is de Rb te zeer vooruitgelopen op de mogelijke uitkomst van een nog te voeren procedure in de hoofdzaak of in de ontnemingszaak. De beslissing van de Rb is ontoereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl