HR 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1970
Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. In het licht van de wetsgeschiedenis moet art. 359.3 Sv aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van de bm indien verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van de aan het slot van die bepaling genoemde gevallen. ’s Hofs kennelijke oordeel dat verdachte ttz. in h.b. de feiten zoals die door de Rb bewezen zijn verklaard duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk. Gelet daarop heeft verdachte onvoldoende belang bij zijn klacht dat het Hof het vonnis van de Rb niet had mogen bevestigen omdat de Rb art. 359.3 Sv niet heeft nageleefd.
De uitspraak op rechtspraak.nl