HR 10 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1734

OM-cassatie. “Hetzelfde feit”, art. 68 Sr, art. 255a Sv, art. 8 en 9 WVW 1994. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 255a Sv dient de rechter in een geval als het onderhavige de in de strafbeschikking en de tll. omschreven verwijten te vergelijken. De HR formuleert gegevens die daarbij als relevante vergelijkingsfactoren moeten worden betrokken (vgl. ECLI:NL:HR:2011:BM9102, NJ 2011/394). Art. 8 en 9 WVW 1994 verschillen in zoverre van strekking dat art. 8 WVW 1994 strekt tot bescherming van de verkeersveiligheid, terwijl in art. 9 WVW 1994 het rechtsgoed van de bescherming van het openbare gezag vooropstaat. Daarnaast geldt dat de gedragingen waarop deze bepalingen zien in belangrijke mate van elkaar verschillen. Naar de kern bezien gaat het in art. 8 WVW 1994 om het rijden onder invloed van daar nader genoemde stoffen, en in art. 9 WVW 1994 om het desbewust rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Gelet op een en ander steunt ’s Hofs oordeel dat het OM n-o is in de vervolging omdat sprake is van “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr en art. 255a Sv, dus op gronden die blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken