HR 10 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1732
Het Hof heeft met de bewezenverklaringen, in het bijzonder van het onderdeel “enig goed”, geen rechtsregel geschonden, nu de tll. daartoe de ruimte bood doordat daarin, naast de nader omschreven goederen, telkens subsidiair “enig goed” is opgenomen. In zoverre verschilt deze zaak met de zaak die ten grondslag lag aan ECLI:NL:HR:2012:BW3694, omdat in die zaak de tll. een dergelijke ruimte niet bood doordat uitsluitend een nadere specificatie van goederen was tenlastegelegd. Het verweer dat het Hof de dagvaarding nietig had dienen te verklaren aangezien de feitelijke omschrijving van de tenlastegelegde gedragingen onvoldoende is wat betreft het onderdeel “enig goed” kan niet voor het eerst in cassatie worden gevoerd, nu een dergelijk verweer samenhangt met waarderingen van feitelijke aard waarvoor in cassatie geen plaats is.
De uitspraak op rechtspraak.nl