HR 3 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1575

Beslag, beklag. Rechtshulpverzoek. Art. 116 Sv. Art. 552k Sv. Art. 552h Sv. Art. 3 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken (Trb. 1965, 10). Art. 8.1 EU-Rechtshulpovereenkomst. Aan het Noorse rechtshulpverzoek tot teruggave van de schilderijen aan de rechtmatige eigenaar kan slechts worden voldaan indien het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet langer vordert en als overigens is voldaan aan het vereiste dat de beslagene ex art. 116.2 Sv afstand van de schilderijen heeft gedaan, dan wel dat het klaagschrift van de beslagene tegen de schriftelijke kennisgeving ex art. 116.3 Sv dat het OM voornemens is de inbeslaggenomen voorwerpen te doen teruggeven aan een ander dan de beslagene, ongegrond is verklaard. Uit de kennisgeving van de OvJ volgt dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet langer vordert. Nu de klager tegen die kennisgeving een klaagschrift heeft ingediend, dient de Rb te beoordelen of degene aan wie de OvJ de schilderijen wil doen teruggeven, redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Het gaat daarbij om een voorlopig oordeel omtrent de eigendoms- en bezitsrechten t.a.v. die schilderijen (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BL2823). Voor het antwoord op de vraag of de Noorse galerie als rechthebbende moet worden aangemerkt is bepalend of deze ex art. 3:86.3 BW de schilderijen binnen 3 jaren te rekenen vanaf de dag van de diefstal als haar eigendom heeft opgeëist. Het oordeel van de Rb dat, nu niet is betwist dat aangifte van diefstal is gedaan, ervan kan worden uitgegaan dat de schilderijen van diefstal afkomstig zijn, is niet onbegrijpelijk. Het vereiste dat de Noorse galerie binnen 3 jaren na de diefstal de schilderijen als haar eigendom heeft opgeëist, brengt niet mee dat de galerie binnen die termijn een klaagschrift moet hebben ingediend. Voldoende is dat vaststaat dat de galerie zich binnen 3 jaren tot de Noorse politie of justitie heeft gewend en te kennen heeft gegeven de schilderijen als haar eigendom te willen opeisen. Het oordeel van de Rb dat dat i.c. is gebeurd, is niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken