HR 19 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1360

Verdachte n-o in zijn cassatieberoep. Blijkens het p-v tz. in eerste aanleg is aldaar door de ex art. 279 Sv gemachtigde raadsman niet aangevoerd dat de zaak voor de kinderrechter vervolgd had dienen te worden. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit hetgeen in de cassatieschriftuur is aangevoerd niet kan blijken van enig in rechte te respecteren belang van verdachte bij het onderhavige cassatieberoep, kan verdachte niet worden ontvangen in het beroep. Opmerking verdient nog dat de aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat een gebrek inzake de bevoegdheid van de rechter niet kan worden hersteld doordat die rechter een vordering tot wijziging van de tll. toewijst waardoor dat gebrek vervalt in haar algemeenheid onjuist is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen