HR 5 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1114
Belediging “in zijn tegenwoordigheid”, art. 266 Sr. De aangeefster heeft i.c. de belediging vernomen bij het afluisteren van de voicemail waarop verdachte deze had ingesproken. ’s Hofs oordeel dat onder omstandigheden sprake kan zijn van belediging van iemand “in zijn tegenwoordigheid mondeling [aangedaan]” indien de beledigde niet in de fysieke nabijheid verkeert van degene die beledigt of de beledigde die belediging eerst op een later tijdstip verneemt dan dat zij is gedaan, is, gelet op doel en strekking van art. 266.1 Sr, juist.
De uitspraak op rechtspraak.nl