HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:104

1. Gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. 2. Art. 304 Sr. Ad 1. Het Hof heeft in strijd met art. 360.1 Sv nagelaten het gebruik van dit bewijsmiddel, v.zv. inhoudende de verklaring van een onbekend gebleven persoon, nader te motiveren (vgl. HR LJN ZD1460). De bewezenverklaring is niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Ad 2. V.zv. het middel klaagt dat het Hof heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting omdat het bewezenverklaarde geweld in een auto heeft plaatsgevonden en de in art. 304 Sr voorziene strafverzwaring is beperkt tot zgn. huiselijk geweld, faalt het aangezien deze opvatting onjuist is. V.zv. het middel klaagt dat het oordeel van het Hof dat aangeefster als “levensgezel” in de zin van art. 304 Sr kan worden aangemerkt, onvoldoende met redenen is omkleed, slaagt het.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen