HR 4 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY4985
Artt. 23.4, 32, 94, 94a, 552a Sv. Beklag, beslag. De Rb heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk - nu de kennisneming van die processtukken klager is onthouden - aangenomen dat het onderzoeksbelang eraan in de weg stond dat de stukken van het strafrechtelijk financieel onderzoek (s.f.o.) aan de raadkamer worden overgelegd. De opvatting in het middel dat in een geval als het onderhavige, niettegenstaande de ongegrondverklaring van het door klager o.g.v. art. 32 Sv ingediende bezwaarschrift, door het OM de stukken van het s.f.o. aan de raadkamer moeten worden overgelegd als “op de zaak betrekking hebbende stukken” a.b.i. art. 23.4 Sv is onjuist. De middelen die klagen over de motivering van de ongegrondverklaring van het klaagschrift i.v.m. een onjuiste maatstaf slagen op de gronden vermeld in de conclusie van de AG.
De uitspraak op rechtspraak.nl