HR 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY4827
Art. 184.1 Sr. eist een “krachtens wettelijk voorschrift” gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering (vgl. HR LJN BB4108). De tenlastelegging en bewezenverklaring houden in dat de vordering van de daar genoemde hoofdagenten is gedaan krachtens art. 2.1.1.1. van de APV Deventer. In aanmerking genomen dat deze bepaling niet uitdrukkelijk inhoudt dat de ambtenaar van politie gerechtigd is tot het doen van een vordering als waarvan te dezen sprake is, is de bewezenverklaring, voor zover deze inhoudt dat de vordering “krachtens wettelijk voorschrift” is gedaan, niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
De uitspraak op rechtspraak.nl