HR 20 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0251

Profijtontneming. Kenbaar maken door de OvJ van zijn voornemen de vordering ex art. 36e Sr aanhangig te maken, art. 311.1 Sv. HR herhaalt HR LJN AK3574 en HR LJN BN2297 m.b.t. de in het geding zijnde rechtszekerheid en de door de rechter bij gebreke van de aankondiging te maken afweging en de daaraan te verbinden consequenties. Het hof heeft i.c. geoordeeld dat aan het verzuim van de OvJ niet tijdig kenbaar te maken voornemens te zijn een ontnemingsvordering aanhangig te maken geen rechtsvervolg dient te worden verbonden, maar dat zal worden volstaan met de enkele constatering daarvan. Daargelaten dat het Hof het verzuim ten onrechte heeft aangemerkt als een verzuim ex art. 359a Sv, geeft ’s Hofs oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is evenmin onbegrijpelijk, in aanmerking genomen de omstandigheden waarop het Hof zijn kennelijke oordeel heeft gebaseerd dat het belang van de betrokkenen slechts in geringe mate is geschonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen