HR 4 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0092
WOTS-zaak. Afwijzing aanhoudingsverzoek. De Rb heeft het namens veroordeelde primair gevoerde verweer strekkende tot afwijzing van de vordering verworpen en in dat verband o.m. geoordeeld dat het op de weg van veroordeelde had gelegen om dit verweer met feiten en omstandigheden te onderbouwen, hetgeen niet is gebeurd. In het licht hiervan kan de afwijzing van het subsidiaire verzoek strekkende tot aanhouding teneinde door de Nederlandse justitie onderzoek te laten verrichten naar die feiten en omstandigheden, op de grond dat de Rb daartoe geen aanleiding zag, niet anders worden verstaan dan dat de noodzaak van het verzochte niet was gebleken. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de te dezen toepasselijke maatstaf en is, gelet op de onderbouwing van het verzoek, toereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl