HR 13 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5419

Art. 197a.1 (oud) Sr. Van “uit winstbejag” a.b.i. in art. 197a.1 (oud) Sr kan worden gesproken indien het handelen van de dader is ingegeven door een gerichtheid op verrijking, waarbij het niet noodzakelijk hoeft te gaan om een op geld waardeerbaar voordeel en evenmin bepalend is of het beoogde voordeel daadwerkelijk is behaald. Voldoende is dat blijkt dat de dader op de verrijking uit is geweest. De HR verstaat de overweging van het Hof zo, dat daarmee tot uitdrukking is gebracht dat de bewezenverklaarde gedraging gericht was op het behalen van een voordeel, hierin gelegen dat verdachte zich aldus de kosten heeft bespaard die het in dienst nemen van een au pair met inachtneming van alle toepasselijke regels zou hebben meegebracht. Aldus verstaan geeft ’s Hofs overweging niet blijk van een onjuiste opvatting t.a.v. het begrip “uit winstbejag”.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen