HR 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7944

Noodweer(exces) en culpa in causa. HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN AU8087 en HR LJN BM7508. Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte zich zonder noodzaak daartoe zichtbaar voor voorbijgangers bij zijn tuinpoort heeft opgesteld waaruit het Hof heeft afgeleid dat de verdachte zelf de confrontatie heeft gezocht, althans het op zijn minst daarop heeft laten aankomen, en dat het gelet hierop niet aannemelijk is geworden dat het handelen van de verdachte was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of een anders lijf of goed dan wel door een onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. Dat oordeel is niet zonder meer begrijpelijk. Die feiten en omstandigheden sluiten op zichzelf niet uit dat ten aanzien van de ten laste van de verdachte bewezenverklaarde gedragingen sprake was van noodzakelijke verdediging in de zin van art. 41 Sr en vormen onvoldoende grond om aan te nemen dat hier sprake is van uitlokking door provocatie die aan de aanvaarding van het beroep op noodweer in de weg kan staan. De verwerping van het verweer is dus ontoereikend gemotiveerd. Het oordeel van het Hof dat de verdachte de confrontatie had kunnen en moeten vermijden door alsnog weg te gaan is, mede in het licht van hetgeen door de raadsman en de verdachte is aangevoerd, inhoudende dat de verdachte zijn huis niet binnen durfde te gaan omdat hij bang was dat X, Y en Z hem naar binnen zouden volgen terwijl zijn vrouw en kind daar lagen te slapen niet zonder meer begrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen