HR 29 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5169
Art. 416.2 Sv, n-o in h.b. De opvatting dat een geval als i. c., waarin de Voorzitter ex art. 410a Sv “verlof” heeft verleend tot behandeling van de zaak in h.b. nadien geen plaats meer is voor n-o op de in art. 416.2 Sv voorziene grond dat verdachte noch bij schriftuur noch ter zitting van het Hof zijn bezwaren tegen het vonnis waarvan beroep heeft opgegeven, is onjuist. T.a.v. de motiveringsklacht herhaalt de HR de relevante overwegingen uit LJN BK0910 m.b.t. de toetsingsruimte in cassatie van een op art. 416.2 Sv gegrond oordeel. De beslissing van het Hof dat verdachte n-o is in zijn h.b. is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl