HR 15 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5126
Slagende bewijsklachten. Uit de bewijsvoering van het Hof kan niet zonder meer volgen noch is het een feit van algemene bekendheid dat het achterlaten van 1) de in de bewezenverklaring onder 1, 2 en 3 genoemde voorwerpen een handeling betreft waardoor de bodem kon worden verontreinigd en/of aangetast (vgl. HR LJN AA6088) en dat verdachte zulks redelijkerwijs had kunnen vermoeden; 2) de in de bewezenverklaring onder 4 genoemde voorwerpen een handeling betreft waardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden en/of konden ontstaan en verdachte zulks redelijkerwijs had kunnen weten.