HR 15 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3677

Art. 359.2 Sv, art. 358.3 Sv. V.zv. het middel t.a.v. het verweer dat art. 2.1.1.4 APV Leeuwarden ondeugdelijk is bekendgemaakt en daarom niet verbindend is, klaagt dat het Hof niet heeft voldaan aan het motiveringsvoorschrift van art. 359.2.2e volzin Sv, miskent het dat het hier een verweer betreft waarop ingevolge art. 358.3 Sv bepaaldelijk moet worden beslist en waarvoor het motiveringsvoorschrift van art. 359.2.1e volzin Sv geldt (vgl. HR LJN BB8977). V.zv. het middel klaagt dat het Hof de afwijking van het standpunt dat uit “niets” blijkt dat sprake was van een “door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gebied” niet heeft gemotiveerd, kan het middel niet tot cassatie leiden. Het Hof heeft het aangevoerde in zoverre kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359.2.2e volzin Sv. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen