HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW2482
Detentieongeschiktheid en voorwaardelijk verzoek. Indien - zoals in casu - gemotiveerd is aangevoerd dat de verdachte detentieongeschikt is, moet de rechter, indien hij desalniettemin gevangenisstraf oplegt, verantwoording afleggen van zijn oordeel dat de verdachte gevangenisstraf kan ondergaan (vgl. HR LJN AC0054). Door de verdediging is een verzoek gedaan als bedoeld in art. 328 jo art. 331 en art. 415 Sv. Nu de aan het verzoek verbonden voorwaarde is vervuld, was een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek vereist. Noch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep noch het bestreden arrest houdt een beslissing van het Hof in op het door de raadsman gedane verzoek. Dit verzuim heeft ingevolge art. 330 jo. 415 Sv nietigheid tot gevolg.
De uitspraak op rechtspraak.nl