HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9062

1. Noodweer(exces) en culpa in causa. 2. Vordering benadeelde partij. Ad 1. De HR stelt zijn overwegingen uit HR LJN AU8087 voorop. Gelet op de feitelijke vaststellingen van het Hof geeft zijn oordeel dat uit de gedragingen van de verdachte moet worden afgeleid dat hij de confrontatie heeft gezocht en dat dit in de weg staat aan het slagen van het beroep op noodweer niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd; dat wordt niet anders doordat het hof bij zijn oordeel heeft betrokken dat X die dag een mes bij zich. Ad 2. Ambtshalve: in aanmerking genomen dat de benadeelde partij in hoger beroep haar vordering heeft gehandhaafd, was het Hof o.g.v. art. 335 en 361.4 jo art. 415 Sv gehouden op die vordering een met redenen omklede beslissing te nemen. De bestreden uitspraak ontbeert een dergelijke beslissing en kan daarom in zoverre niet in stand blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen