HR 10 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8273
Bewijsklacht “o.g.v. art. 21 Vreemdelingenwet tot ongewenst vreemdeling was verklaard”. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van de door de raadsman aan de Hoge Raad gezonden uitspraak van de ABRvS, waarbij de ingangsdatum van de opheffing van de ongewenstverklaring van verdachte, met vernietiging van een besluit van de Staatssecretaris van Justitie in zoverre, is bepaald op 30 april 2006. Nu het ervoor gehouden moet worden dat de ongewenstverklaring van verdachte reeds was opgeheven op het in de tenlastelegging vermelde tijdstip, zou na vernietiging van het thans bestreden arrest en terug- of verwijzing geen andere uitspraak kunnen volgen dan vrijspraak. De Hoge Raad zal om doelmatigheidsredenen zelf de zaak afdoen.
De uitspraak op rechtspraak.nl