HR 10 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8251
Art. 588.2 Sv. Verzending inleidende dagvaarding naar buitenlands adres van verdachte. Noch de akte uitreiking behorende bij de inleidende dagvaarding, noch de kopie van het register voor aangetekende verzendingen houdt in dat de inleidende dagvaarding naar het adres van verdachte in Curaçao is verzonden. Daaruit volgt dat de inleidende dagvaarding niet is betekend overeenkomstig art. 588 Sv (vgl. HR LJN AD5163, rov. 3.20). Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de inleidende dagvaarding geldig is betekend is derhalve onjuist. De aan de overweging van het Hof ten grondslag liggende opvatting dat de eventuele nietigheid van de dagvaarding in eerste aanleg wordt gedekt door ’s Hofs vaststelling dat verdachte op de hoogte was van het tijdstip van de terechtzitting in eerste aanleg, is eveneens onjuist. Nu de verdachte niet is verschenen op die terechtzitting, doet zich hier niet voor een omstandigheid op grond waarvan de nietigheid van de dagvaarding achterwege kan blijven (vgl. HR LJN AD5163, rov. 3.26 - 3.29).
De uitspraak op rechtspraak.nl