HR 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7501

Onrechtmatig verkregen bewijsverweer. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte wist dat zij, alvorens het festivalterrein te kunnen betreden, aan een fouillering zou worden onderworpen en dat zij met die fouillering heeft ingestemd. Daaruit heeft het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk afgeleid dat verdachte ook heeft ingestemd met het onderzoek aan de binnenzijde van haar bh en heeft het de stelling dat haar toestemming zich daartoe niet uitstrekte, niet aannemelijk geacht. Aldus verstaan geeft de verwerping van het gevoerde verweer niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zij is ook niet onbegrijpelijk. Voorts heeft het Hof met juistheid tot uitdrukking gebracht dat niet is uitgesloten dat de rechter o.g.v. de bijzondere omstandigheden van het geval tot het oordeel komt dat een fouillering die is verricht door een daarmee belaste particulier, zo zeer in strijd is met het recht dat het resultaat daarvan niet kan meewerken tot het bewijs. ‘s Hofs oordeel dat van dergelijke omstandigheden i.c. niet is gebleken, is niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl