HR 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV3455

Art. 423.4 Sv. Strafoplegging na terugwijzing door Hoge Raad. In HR LJN AN8240 is geoordeeld dat ingeval bij de uitspraak in hoogste feitelijke aanleg ter zake van meerdere feiten één hoofdstraf is opgelegd, het cassatieberoep tot één of meer van die feiten is beperkt en de Hoge Raad de bestreden uitspraak wat betreft de strafoplegging vernietigt, de rechter naar wie de zaak wordt teruggewezen of verwezen - naar analogie van art. 423.4 Sv - de straf zal dienen te bepalen voor de feiten die niet aan het oordeel van de Hoge Raad waren onderworpen. Ingevolge art. 429 Sv kan het cassatieberoep worden ingesteld tegen een gedeelte van ‘s Hofs arrest. Die beperking van het beroep dient tot uitdrukking te worden gebracht in de cassatieakte en niet in de cassatieschriftuur. In aanmerking genomen dat de akte die is opgemaakt bij het instellen van cassatieberoep tegen het arrest van het Hof van 8 oktober 2008, generlei beperking van het beroep inhoudt, terwijl het arrest waarbij de zaak is teruggewezen naar het Hof ook niets inhoudt omtrent een beperkte uitleg die door de Hoge Raad is gegeven aan het ingestelde beroep, heeft het Hof, dat was gebonden aan de door de Hoge Raad gegeven beslissing, terecht art. 423.4 Sv niet - ook niet naar analogie - toegepast. Naar uit het vorenoverwogene volgt, doet daaraan niet af dat in de eerste cassatieschriftuur uitsluitend werd geklaagd over de beslissingen van het Hof t.a.v. het onder 3 tenlastegelegde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen