HR 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1642

Cassatie OM en verdachte. 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging. Non-punishment beginsel/vervolgingsbeletsel slachtoffer van mensenhandel. 2. Onrechtmatige staandehouding i.h.k.v. Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv? Ad 1. Het Hof heeft met juistheid geoordeeld dat uit de Aanwijzing mensenhandel niet kan worden afgeleid dat het OM nimmer strafvervolging zou mogen instellen t.z.v. het gebruik van een vals of vervalst identiteitsdocument door degene die dat document in bezit heeft gekregen als slachtoffer van het misdrijf mensenhandel. V.zv. wordt gesteld dat uit de art. 5 en 6 van het zgn. migrantenprotocol volgt dat slachtoffers van mensenhandel, zoals verdachte, niet strafrechtelijk mogen worden vervolgd "uit hoofde wegens het feit dat zij voorwerp zijn geweest van migrantensmokkel", geldt dat het aangevoerde niet tot cassatie kan leiden, omdat niet blijkt dat dit verweer in feitelijke aanleg is gevoerd. Ad 2. De klacht van de AG bij het Hof dat het Hof ten onrechte is uitgegaan van het oordeel van de ABRvS, faalt op de gronden vermeld in de conclusie van de AG onder 7.1.2. Uit hetgeen het Hof omtrent de i.c., op art. 50.1 Vreemdelingenwet 2000 gebaseerde staandehouding heeft vastgesteld kan bezwaarlijk anders volgen dan dat die staandehouding niet heeft plaatsgevonden i.h.k.v. het voorbereidend onderzoek van het in deze zaak tlgd en bewezenverklaarde misdrijf van art. 225 Sr (vgl. HR LJN AM2533). 's Hofs oordeel dat de onrechtmatige staandehouding van verdachte een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv vormt, is dus onjuist. Middel verdachte faalt, klacht AG gegrond, maar leidt niet tot cassatie nu niet is aangevoerd dat en in welk opzicht het Hof (ten onrechte en/of onjuiste) rechtsgevolgen heeft verbonden aan het (ten onrechte) aangenomen vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen