HR 7 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6904

Afwijzing verzoek tot horen meegebrachte deskundige. Een ter terechtzitting gedaan verzoek tot het horen van een meegebrachte deskundige, kan ingevolge art. 287.2 Sv jo. art. 299.1 Sv slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 288. 1.b en c Sv. Het Hof heeft ter terechtzitting overwogen “thans geen behoefte” te hebben aan het horen van de deskundige, maar daarbij tegelijkertijd verwezen naar een mogelijke verandering in dat standpunt na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting en in dat verband de mogelijkheid van een tussenarrest uitdrukkelijk genoemd. Uit hetgeen het Hof omtrent het horen van deze deskundige vervolgens in zijn eindarrest heeft overwogen, kan worden afgeleid dat het Hof uiteindelijk van oordeel was dat redelijkerwijs viel aan te nemen dat door het niet horen van de deskundige de verdachte niet in zijn verdediging is geschaad. Dat niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk gevende oordeel is, mede gelet op hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd, niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen