HR 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3614

1. Voortbouwend appel, art. 415.2 Sv. 2. Gegronde bewijsklacht. Ad 1. De mededeling van de voorzitter dat het Hof in het kader van het voortbouwend appel niet alle aan verdachte tenlastegelegde feiten apart met hem gaat bespreken, nu dit reeds in eerste aanleg is gebeurd, strookt met de in art. 415.2 Sv tot uitdrukking gebrachte bedoeling van de wetgever het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep te concentreren op de bezwaren die door verdachte of het OM tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis worden ingebracht. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft het Hof verdachte en zijn raadsman de gelegenheid gegeven zich over het tenlastegelegde feit uit te laten, van welke gelegenheid de verdediging ook gebruik heeft gemaakt op de wijze als in het proces-verbaal is vermeld. Waar de verdediging heeft nagelaten enigszins concrete bezwaren naar voren te brengen tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis vzv dat betrekking heeft op de in het middel bedoelde onderdelen van het feit, behoefde het Hof het onderzoek ter terechtzitting niet in het bijzonder daarop te richten. Ad 2. Gegronde bewijsklacht onder verwijzing naar de gronden als vermeld in de conclusie AG.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen