HR 3 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU2901
Art. 330 Sv. Niet beslissen op (voorwaardelijk) getuigenverzoek. De handgeschreven aantekening in de pleitnota kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als behelzende het verzoek om X als getuige te horen indien diens eerder afgelegde verklaring voor het bewijs zou worden gebruikt. Nu het Hof genoemde verklaring voor het bewijs heeft gebezigd was een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek vereist. Noch het p.v. van de tz. in h.b. noch het bestreden arrest houdt een beslissing van het Hof in omtrent dit verzoek. Dat verzuim heeft ingevolge art. 330 jo. 415 Sv nietigheid tot gevolg. HR ambtshalve: gedeeltelijke verjaring zaak A onder 2. HR verklaart de OvJ in zoverre alsnog n-o in de vervolging. Voor vermindering van de opgelegde geldboete bestaat onvoldoende grond, aangezien de aard en de ernst van het in genoemde zaak bewezenverklaarde niet worden aangetast door bedoelde partiële n-o verklaring.
De uitspraak op rechtspraak.nl