HR 24 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6689
Wet op de Kansspelen; art. 49 EG (art. 56 VWEU). Vervolg na beantwoording prejudiciële vragen door HvJEU 3 juni 2010 (zaak C-258/08), LJN BM9211, NJ 2010/491. Oordeel hof dat toepassing art. 1, aanhef en onder a, Wok niet in strijd is met art. 49 EG (art. 56 VWEU), niet onjuist en voldoende gemotiveerd. Oordeel sterk verweven met waarderingen van feitelijke aard. Beperkte toetsing in cassatie. Omstandigheden van het geval. Rechter hoeft niet in elk concreet geval te onderzoeken of in concreto te treffen maatregel beantwoordt aan eisen noodzakelijkheid en proportionaliteit. Marginale toetsing door hof terecht enkel betrokken op gewenste beschermingsniveau en op keuze vorm en middelen om doelstellingen te realiseren. Noodzakelijk maar ook voldoende dat (toename) omvang aanbod van kansspelen (veel) beperkter blijft dan zonder regulering het geval zou zijn; beleid hoeft niet gericht te zijn op voortdurende afname van aanbod van legale kansspelen. Ruimte voor reclame door vergunninghouders. Enkele feit dat marktdeelnemer in andere lidstaat rechtmatig via internet kansspelen aanbiedt, betekent niet dat bescherming nationale consument voldoende is gewaarborgd.
De uitspraak op rechtspraak.nl