HR 10 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BP7858

Economische zaak. Art. 1.2 Sr. Is na het begaan van het feit de delictsomschrijving in voor verdachte gunstige zin gewijzigd, dan is art. 1.2 Sr toepasselijk indien de wetswijziging voorvloeit uit een verandering van inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van het vóór de wijziging begane feit. Voor regels van sanctierecht geldt dat een sinds het plegen van het delict opgetreden verandering door de rechter met onmiddellijke ingang - zonder toetsing aan de maatstaf van het gewijzigd inzicht - moet worden toegepast, indien en voor zover die verandering in de voorliggende zaak ten gunste van verdachte werkt (vgl. HR LJN BP6878). I.c. betreft het een wijziging van de EEG Verordening overbrenging van afvalstoffen, EVOA. Uit een daarbij gegeven regel van overgangsrecht leidt de Hoge Raad af dat de verandering van regelgeving t.a.v. het overbrengen van afval van kabels niet voortvloeit uit een verandering van inzicht bij de regelgever omtrent de strafwaardigheid van het vóór die wijziging begane strafbare feit. De regels van het sanctierecht t.a.v. het overbrengen van afval van kabels ten gunste van verdachte zijn veranderd. Het hof had dat mildere sanctieregime behoren toe te passen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen