HR 16 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7494
Procesrecht. Omvang rechtsstrijd in appel. Naar vaste rechtspraak rechtsstrijd niet enkel en definitief omlijnd door appeldagvaarding maar mede door in memorie van grieven voorgestelde grieven. Hof heeft bepaalde grieven ten onrechte niet in beoordeling betrokken, nu het niet heeft geoordeeld dat blijkens appeldagvaarding in de bestreden beslissingen werd berust. Art. 130 lid 3 Rv. heeft betrekking op verandering of vermeerdering (grondslag) vordering van (oorspronkelijke) eiser en niet op uitbreiding in memorie van grieven van bereik eis tot vernietiging vonnis waarvan appel. Geen aanleiding in zodanig geval voor (overeenkomstige) toepassing art. 130 lid 3 Rv. indien geïntimeerde niet is verschenen. Wederpartij appellant dient in beginsel ervan uit te gaan dat omlijning hoger beroep eerst bij memorie van grieven haar definitieve vorm zal krijgen (vgl. HR 27 april 1990, LJN AB8149 en LJN AB8150, NJ 1991/121 en 122).
De uitspraak op rechtspraak.nl