HR 22 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT6412
Profijtontneming. Niet is voldaan aan het vereiste ex art. 511g.2 jo. 415 en 359.3 Sv, dat de uitspraak op een vordering a.b.i. art. 36e Sr op straffe van nietigheid de inhoud bevat van de bewijsmiddelen waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend (vgl. HR LJN BK2125). Weliswaar heeft het Hof delen van het i.h.k.v. het strafrechtelijk financieel onderzoek opgemaakte rapport als bewijsmiddel gebezigd, doch die delen behelzen wat betreft de inkomsten en uitgaven, waaruit zou moeten worden afgeleid tot welk bedrag betrokkene onverklaarde inkomsten heeft verkregen, slechts conclusies van de verbalisanten die het rapport hebben opgemaakt en niet de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden.
De uitspraak op rechtspraak.nl