HR 22 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT6368
Voorwaardelijk opzet. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BI4736. De door het Hof in aanmerking genomen omstandigheid dat de kopstoot door verdachte met kracht is gegeven en kennelijk zo hard was dat het slachtoffer daardoor een bloedende wond (die moest worden gehecht) heeft opgelopen en door die stoot onderuit is gegaan, vormt onvoldoende grond voor het oordeel dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou bekomen.