HR 13 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2173

OM cassatie. 1. Art. 57 Sv. Rechtmatigheid inverzekeringstelling, ‘weekendarrangement’. 2. niet-ontvankelijkverklaring OM in de vervolging. Ad 1. In de overwegingen van het Hof ligt als zijn oordeel besloten dat de uitreiking van een mededeling over de strafzaak aan verdachte in persoon niet zo spoedig mogelijk heeft plaatsgevonden a.b.i. art. 57.5 tweede volzin Sv. Dat oordeel is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat op 11 oktober 2009 omstreeks 16.00 uur de laatste onderzoekshandeling door de politie is verricht, dat na 16.00 uur geen pogingen in het werk zijn gesteld om aan verdachte mededelingen over de strafzaak uit te reiken en dat verdachte op maandag 12 oktober 2009 om 11.55 uur in vrijheid is gesteld nadat hem de dagvaarding was uitgereikt. Het oordeel van het Hof dat op grond daarvan het voortduren van de inverzekeringstelling van verdachte op 11 oktober 2009 na 16.00 uur onrechtmatig is geweest, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Ad 2. De onrechtmatige toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen op een verdachte in het kader van het voorbereidend onderzoek in zijn strafzaak, is een vormverzuim. Daarop is art. 359a Sv van toepassing indien, zoals in het onderhavige geval, dit vormverzuim door verdachte niet aan de Rechter-Commissaris kon worden voorgelegd. Het Hof heeft dit miskend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen