HR 25 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BS1730

1. Art. 359a Sv. 2. Art. 14a Sr. Ad 1. Het Hof heeft het betoog van de raadsvrouwe kennelijk in die zin uitgelegd dat door haar aan het Hof de keuze is gelaten het aangevoerde op te vatten als een beroep op een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv dan wel een - buiten het verband van art. 359a Sv - bij de strafoplegging te betrekken omstandigheid. Die uitleg is niet onbegrijpelijk. Dat brengt mee dat in cassatie niet met vrucht kan worden geklaagd dat het Hof het aangevoerde (louter) had dienen te verstaan als een op art. 359a Sv gestoeld verweer en heeft verzuimd daarop een met redenen omklede beslissing te geven. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BP6878 m.b.t. het sanctierecht en de uitleg van EVRM LJN BK6009 (Scoppola). Het Hof heeft kennelijk en met juistheid geoordeeld dat toepassing van art. 14a (nieuw) Sr in plaats van art. 14a (oud) Sr in deze zaak ten gunste van verdachte werkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen