HR 25 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BS1729
Binnentreden in woning. Art. 2.3 Algemene wet op het binnentreden. ’s Hofs oordeel dat de politieambtenaren in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs konden en mochten aannemen dat er sprake was van een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen waardoor terstond in de woning moest worden binnengetreden a.b.i. art. 2.3. Awbi geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat, zoals het Hof heeft vastgesteld, de voordeur van de woning van verdachte inmiddels ruim tien minuten openstond en sprake was van braakschade, zodat een gerede kans bestond dat in de woning van verdachte was of werd ingebroken en iemand (daardoor) hulp behoefde. Conclusie AG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl