HR 11 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR3043

Onderzoek art. 8.2.b WVW 1994; bloedmonster. De HR stelt voorop dat een afgenomen bloedmonster zonder uitstel wordt toegezonden aan het laboratorium dat met het onderzoek is belast. Het is aan de feitenrechter om dit te beoordelen (vgl. HR NJ 1991/42). Indien de rechter oordeelt dat bedoelde waarborg niet is nageleefd, leidt dit tot bewijsuitsluiting (vgl. HR NJ 1978/385). Art. 359a Sv is niet van toepassing. Het oordeel van het hof dat de inzending niet zonder uitstel heeft plaatsgevonden en dat aan dit verzuim geen rechtsgevolg, zoals bewijsuitsluiting, behoeft te worden verbonden, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen