HR 29 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR2340

Art. 410 en 416.3 Sv. 1. Art. 416.3 Sv is mede van toepassing op een geval waarin de appelschriftuur niet tijdig is ingediend (vgl. HR LJN BI4078). Dat geldt ook voor het geval dat niet kan worden vastgesteld dat de appelschriftuur is ingediend op de wijze zoals in art. 410 Sv is bepaald. 2. De beantwoording van de vraag of het belang van het appel zwaarder dient te wegen dan het belang dat is gemoeid met het verbinden van niet-ontvankelijkheid in het hoger beroep aan het verzuim van het OM om een appelschriftuur in te dienen, is in hoge mate afhankelijk van de aan de feitenrechter voorbehouden weging en waardering van de omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat het oordeel van de feitenrechter daaromtrent in cassatie slechts in beperkte mate kan worden getoetst (vgl. HR LJN BK0910). 3. ’s Hofs oordeel dat het belang van het ingestelde appel in casu, gezien de grote maatschappelijke belangen die op het spel staan, zwaarder weegt dan de optionele (scherpe) sanctionering van de tardieve, en mogelijk ook onjuiste, indiening door de Officier van Justitie van de appelschriftuur, is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen