HR 27 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR2053
Art. 359.3 Sv. In het licht van de wetsgeschiedenis moet art. 359.3 Sv aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van de aan het slot van die bepaling genoemde gevallen. Nu de verklaring van de verdachte niet alle onderdelen betreft van het bewezenverklaarde - zij houdt niet in dat de verdachte erkent het feit tezamen en in vereniging met anderen te hebben gepleegd- is het oordeel van het Hof dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend in de zin van art. 359.3 Sv onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl