HR 27 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR1148
Intrekking hoger beroep door verdachte. Wet stroomlijnen hoger beroep. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BP2709. Gelet op deze overwegingen en op de omstandigheid dat de behandeling in hoger beroep een aanvang heeft genomen ter terechtzitting waar de zaak voor het eerst in hoger beroep is behandeld (vóór het intrekken van het beroep door de verdachte) geeft het oordeel van het Hof omtrent de ontvankelijkheid van de verdachte geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. Het stond het Hof vrij geen toepassing te geven aan zijn bevoegdheid het door de verdachte ingestelde hoger beroep op de voet van art. 416 lid 2 Sv niet ontvankelijk te verklaren op de grond dat het Hof niet uitsloot dat het tot een andere beslissingen zou komen dan de Rechtbank. Ook wat betreft de verwerping van het beroep op het vertrouwen dat bij de verdachte zou zijn gewekt dat hij in het door hem ingestelde hoger beroep niet ontvankelijk zou worden verklaard, geeft het oordeel van het Hof geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het toereikend gemotiveerd. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl